Fiscaal partnerschap kan jullie belasting besparen, maar de hoogste teruggave op jouw aangifte is niet altijd de beste uitkomst voor jullie samen. Het maakt uit aan wie jullie de aftrekposten en het belastbare inkomen uit jullie vermogen toerekenen. Als ik jullie aangiften verzorg, beoordeel ik daarom beide tegelijk: wat mogen jullie verdelen, wat levert dat samen op en welke gevolgen heeft het voor toeslagen?
Fiscale partners zijn is meestal geen keuze
Voor stellen die allebei in Nederland wonen, geldt als hoofdregel: ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap, dan ben je fiscale partners. Bij ongehuwd samenwonen is een gezamenlijk adres alleen niet genoeg. Er moet iets bijkomen, zoals een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een woning die jullie samen bezitten en bewonen. Ook pensioenpartnerschap kan meetellen.
Ook zonder gezamenlijk kind of samenlevingscontract kunnen jullie fiscale partners zijn. Stel: je trekt met je minderjarige dochter in bij je vriend. Als jullie beiden meerderjarig zijn en alle drie op dat adres staan ingeschreven, kan dat al voldoende zijn. Het kind hoeft niet van jullie samen te zijn. Bij zakelijke kamerhuur bestaat een uitzondering waarvoor een schriftelijke huurovereenkomst en een verzoek nodig zijn. Ik beoordeel dan of die uitzondering werkelijk past; alleen het etiket ‘huisgenoot’ voorkomt geen partnerschap.
De ingangsdatum verdient aandacht. Woon je sinds januari samen en trouw je in augustus van datzelfde jaar, dan kan het fiscale partnerschap al in januari beginnen. Dat raakt dus meer maanden dan je misschien verwacht. Bij een deeljaar kan een keuze voor behandeling als partners over het hele jaar ruimte geven om gemeenschappelijke posten te verdelen.
Bij uit elkaar gaan werkt de datum anders. Voor gehuwden eindigt het fiscale partnerschap pas wanneer een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend én jullie niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven. Alleen verhuizen is dan onvoldoende. Bij een scheiding of een partner in het buitenland bepaal ik eerst welke partnerregels gelden; pas daarna heeft rekenen aan een verdeling zin.

Neem contact op. Ik help jullie graag met de aangiften en de gunstigste verdeling.
Waarom ik niet automatisch alles bij de hoogste verdiener zet
Voor partners die het hele jaar partners zijn of daarvoor kiezen, zijn onder meer het saldo van de eigen woning, aftrekbare giften en zorgkosten te verdelen. Salaris, pensioen en winst uit onderneming blijven bij degene die ze verdient. Je kunt je ondernemerswinst dus niet voor de helft bij je partner onderbrengen omdat die minder verdient.
Bij de woning gaat het om het saldo van renteaftrek en andere woningposten, waaronder het eigenwoningforfait: de bijtelling voor je eigen huis. Ik kijk niet alleen naar de belastingschijf, maar ook naar heffingskortingen, de kortingen op je belasting die met je inkomen kunnen veranderen. Daardoor kan een verdeling over jullie beiden meer opleveren dan alles bij één persoon zetten.
Een eenvoudig vergelijkingsvoorbeeld: bij verdeling A krijg jij € 1.800 terug en moet je partner € 400 betalen. Samen houden jullie € 1.400 over. Bij verdeling B krijg jij € 1.300 terug en je partner € 300: samen € 1.600. Je eigen teruggave daalt, maar jullie zijn € 200 beter af.
De verdeling is bovendien pas de laatste stap. Het overdragen van de rente aan je partner maakt een niet-aftrekbaar deel van een hypotheeklening niet aftrekbaar. Hebben jullie een huis gekocht of een eerdere woning verkocht, dan controleer ik eerst welke hypotheekrente voor aftrek in aanmerking komt.
Spaargeld: het voordeel zit soms in de ongelijke verdeling
Stel: jij hebt op 1 januari 2026 € 90.000 spaargeld en je partner € 10.000, zonder andere bezittingen of schulden in box 3. Voor partners die het hele jaar partners zijn of daarvoor kiezen, bedraagt de gezamenlijke vermogensvrijstelling in 2026 € 118.714. Jullie € 100.000 blijft daaronder.
Zonder fiscaal partnerschap heeft ieder een eigen vrijstelling van € 59.357. De partner met € 90.000 kan dan niet het ongebruikte deel van de ander benutten. Het voordeel ontstaat hier door de ongelijke verdeling van het spaargeld. Bezit je ook beleggingen of een tweede woning, dan vraagt box 3 om een ruimere beoordeling dan alleen deze vrijstelling.
Boven de vrijstelling kijk ik ook naar de belastingkortingen. Sinds 2025 telt het belastbare inkomen uit box 3 mee voor de afbouw van de algemene heffingskorting. Je vermogen zelf is daarbij niet het inkomen: het gaat om het berekende box 3-inkomen. Eenzelfde bedrag aan box 3-belasting betekent dus niet automatisch dezelfde einduitkomst. Ik vergelijk de verdeling samen met jullie andere inkomsten en kortingen.
Wat kan juist ongunstiger uitpakken?
Bij gewone giften en specifieke zorgkosten kan het gezamenlijke inkomen de aftrekdrempel verhogen. Hoge zorgkosten en een laag eigen inkomen betekenen daardoor niet vanzelf een grote aftrek als je partner veel verdient. Ik beoordeel eerst welke kosten meetellen, vervolgens de gezamenlijke drempel en daarna pas de verdeling.
Ook de oude gedachte dat een partner zonder inkomen vanzelf een belastingteruggave krijgt, gaat niet op. De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner is sinds 2023 vervallen voor wie in 1963 of later is geboren. Voor iemand die vóór 1963 is geboren, kan die uitbetaling onder voorwaarden nog bestaan.
Toeslagen beoordeel ik afzonderlijk. Fiscaal partnerschap en toeslagpartnerschap hebben niet precies dezelfde voorwaarden en ingangsdatum. Een belastingbesparing kan samengaan met een lagere toeslag doordat partnerinkomen of vermogen meetelt. Als dat bij jullie speelt, betrek ik ook jullie toeslagen bij de beoordeling.
Laat jullie aangiften in samenhang verzorgen
Willen jullie weten welke verdeling in jullie situatie het gunstigst is? Bij aangifte inkomstenbelasting voor particulieren controleer ik jullie partnerstatus, de gezamenlijke posten en de uitkomst van beide aangiften. Vertel kort of er iets is veranderd, zoals samenwonen, een woning of een scheiding. Ik bespreek vooraf het werk en de kosten en dien de aangiften pas in na jullie akkoord.
