Fiscaal partnerschap: wat zijn de voordelen en nadelen?

Samen aangifte doen kan belasting schelen. Als fiscale partners mogen jullie bepaalde posten in de aangifte verdelen, zoals de aftrek voor je eigen woning. Je salaris blijft bij jezelf. Maar niet alles is vrij te verdelen, en een partner kan ook zorgen voor een hogere drempel voor aftrek. Ik leg uit waar het voordeel zit, welke misverstanden je geld kunnen kosten en wat ik zou controleren voordat je de aangifte verstuurt.

Ben je fiscaal partner, of woon je alleen samen?

Fiscaal partnerschap volgt uit de wet. Je kunt dus niet ieder jaar besluiten om wel of geen fiscale partners te zijn, afhankelijk van wat het meeste oplevert. Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap, dan ben je in beginsel fiscale partners.

Woon je ongehuwd samen? Alleen op hetzelfde adres staan ingeschreven is niet genoeg. Er moet een aanvullende reden zijn. Denk aan een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een woning waarvan jullie samen eigenaar zijn en waarin jullie allebei wonen. Ook erkenning van het kind van de ander en aanmelding als pensioenpartners kunnen meetellen. Voor samengestelde gezinnen gelden aparte voorwaarden en uitzonderingen.

Neem Noor en Sam. Zij huren samen een appartement, hebben geen kinderen en geen samenlevingscontract. Ook zijn ze geen pensioenpartners en waren ze eerder geen fiscale partners. Alleen hun gezamenlijke adres maakt hen dan geen fiscale partners. Kopen ze later samen een woning waarin ze allebei gaan wonen, dan verandert dat.

Je kunt maar één fiscale partner tegelijk hebben. Voor familieleden en voor situaties waarin iemand in het buitenland woont, gelden aanvullende regels. Dit artikel gaat vooral over stellen die allebei in Nederland wonen.

Het voordeel: aftrekposten verdelen

Zijn jullie het hele jaar fiscale partners, of kiezen jullie bij een deeljaar voor behandeling als partners over het hele jaar? Dan mogen jullie bepaalde posten onderling verdelen. Bijvoorbeeld het saldo van de eigen woning, aftrekbare giften en specifieke zorgkosten. Ook de gezamenlijke grondslag voor sparen en beleggen in box 3 is te verdelen.

Met het saldo van de eigen woning bedoel ik het geheel van de inkomsten en aftrekposten van je woning. Daarin zitten onder meer het eigenwoningforfait, het bedrag dat je vanwege je eigen woning bij je inkomen moet optellen, en de aftrekbare hypotheekrente. Je verdeelt dus het saldo, niet alleen een los bedrag aan rente.

Stel dat jullie na het invullen van de woninggegevens een aftrekbaar saldo van € 6.000 hebben. Je kunt dan bijvoorbeeld € 3.000 aan ieder toerekenen, of de volledige € 6.000 aan één van jullie. Een andere verhouding mag ook. Samen moet de verdeling altijd op 100% uitkomen.

Welke verdeling het meeste oplevert, hangt af van jullie volledige aangiften. Ik zou daarom minstens drie varianten vergelijken: alles bij jou, alles bij je partner en een verdeling over jullie beiden. Kijk telkens naar de uitkomst voor jullie samen.

Alles bij de hoogste verdiener is niet altijd beter

Het klinkt logisch om een aftrekpost neer te zetten bij degene met het hoogste salaris. Toch is dat geen betrouwbare vuistregel. Ook heffingskortingen, het inkomen in andere belastingboxen en de beperking van het aftrektarief kunnen het resultaat veranderen.

Een aftrekpost is bovendien geen bedrag dat je volledig terugkrijgt. Bij een aftrek van € 6.000 verlaagt dat bedrag je belastbare inkomen. De belastingbesparing is iets anders dan die € 6.000.

Vergelijk ook niet alleen de teruggave op één scherm. Stel dat jij bij verdeling A € 1.800 terugkrijgt en je partner € 400 moet betalen. Samen ontvangen jullie dan € 1.400. Bij verdeling B krijg jij € 1.300 terug en je partner € 300. Samen is dat € 1.600. De tweede verdeling levert jullie dus € 200 meer op, hoewel jouw eigen teruggave lager is. Dit is een rekenvoorbeeld om het vergelijken uit te leggen, geen berekening met belastingtarieven.

Je salaris kun je niet naar je partner verschuiven

Een groot inkomensverschil betekent niet dat jullie je salarissen bij elkaar mogen optellen en door twee delen. Loon, pensioen, uitkeringen en winst uit onderneming blijven bij degene die het inkomen heeft. Ook betaalde lijfrentepremies kun je niet naar believen aan je partner toerekenen.

Verdien jij € 70.000 en je partner € 25.000? Dan mag je daar in de aangifte niet twee inkomens van € 47.500 van maken. De vrijheid zit in de specifieke gemeenschappelijke posten die de aangifte laat verdelen.

Fiscaal partnerschap verandert ook niet wie juridisch eigenaar is van een spaarrekening of woning. Een verdeling in de aangifte is geen overdracht van bezit.

Spaargeld: samen de vrijstelling benutten

Bij de gebruikelijke box 3-berekening blijft een deel van je vermogen buiten de heffing. In 2026 is dit heffingsvrije vermogen € 59.357 per persoon. Voor fiscale partners die het hele jaar partners zijn of daarvoor kiezen, is dat samen € 118.714.

Stel dat jij op 1 januari 2026 € 90.000 spaargeld hebt en je partner € 10.000. Jullie hebben geen andere box 3-bezittingen of schulden. Als jullie voor het hele jaar fiscale partners zijn, blijft die gezamenlijke € 100.000 onder de gezamenlijke vrijstelling. Zonder fiscaal partnerschap kan de partner met € 90.000 het ongebruikte deel van de vrijstelling van de ander niet benutten.

Het voordeel ontstaat hier doordat het spaargeld ongelijk verdeeld is. Hebben jullie ieder al minder dan de eigen vrijstelling, dan levert het samenvoegen op dit punt geen extra besparing op. Bij een hoger vermogen moet je ook naar de berekening van het box 3-inkomen kijken; alleen de vrijstelling vergelijken is dan niet voldoende.

Het nadeel: een hogere drempel voor aftrek

Voor sommige aftrekposten moet je eerst boven een drempel uitkomen. Bij specifieke zorgkosten en gewone giften speelt het inkomen van jullie samen een rol als jullie het hele jaar fiscale partners zijn of daarvoor kiezen.

Daardoor kan een aftrekpost lager uitvallen. Heb jij een laag inkomen en veel zorgkosten, terwijl je partner een hoger inkomen heeft? Dan kan de gezamenlijke drempel een groter deel van de kosten uitsluiten van aftrek. Daar staat tegenover dat jullie de daarvoor meetellende kosten samen beoordelen.

Bij zorgkosten is daarnaast van belang welke kosten überhaupt aftrekbaar zijn. Niet elke rekening van een zorgverlener telt mee. Het verplichte eigen risico van je zorgverzekering is bijvoorbeeld niet aftrekbaar. Eerst bepaal je de toegestane kosten, daarna de drempel en pas daarna de verdeling.

Een partner zonder inkomen krijgt niet automatisch geld terug

Fiscaal partnerschap geeft een partner zonder inkomen niet vanzelf recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting. Voor de minstverdienende partner die in 1963 of later is geboren, is die uitbetaling sinds 2023 vervallen.

Voor iemand die vóór 1963 is geboren, kan uitbetaling nog wel mogelijk zijn. Het bedrag hangt onder meer af van het eigen inkomen en van de belasting die de andere partner verschuldigd is. Ga bij een stel met één inkomen dus niet uit van een vaste jaarlijkse teruggave voor de ander.

Controleer toeslagen apart

Je fiscale partner is vaak ook je toeslagpartner, maar de regels zijn niet hetzelfde. Voor toeslagen kunnen het inkomen en, afhankelijk van de toeslag, het vermogen van je partner meetellen. Daardoor kan een toeslag lager worden of vervallen.

De keuze om voor de inkomstenbelasting een heel jaar als fiscale partners te worden behandeld, bepaalt niet automatisch vanaf wanneer jullie toeslagpartners zijn. Controleer dat afzonderlijk, vooral als je gaat samenwonen of uit elkaar gaat. Op mijn pagina over hulp bij toeslagen lees je waarmee ik je daarbij kan helpen.

Zo pak je de aangifte samen aan

Begin met de data: wanneer woonden jullie samen, wanneer trouwden jullie en veranderde er iets in het gezin? Het fiscale partnerschap kan eerder in het kalenderjaar beginnen dan de gebeurtenis die daarvoor aanleiding gaf. Wie in augustus trouwt en al sinds 1 januari van dat jaar op hetzelfde adres staat ingeschreven, is in die situatie vanaf 1 januari fiscaal partner.

Vul daarna allebei de volledige gegevens in. Controleer de woning, het vermogen op 1 januari van het belastingjaar en de aftrekposten. Vergelijk pas vervolgens de verdeling. Bewaar de gekozen bedragen en zorg dat jullie aangiften op elkaar aansluiten, ook als jullie ieder afzonderlijk indienen.

Willen jullie dat ik de aangiften verzorg en de verdeling doorreken? Bij aangifte inkomstenbelasting voor particulieren neem ik jullie situatie door en pas ik de meest gunstige verdeling toe. Zo wordt duidelijk welke posten jullie kunnen gebruiken en welke verdeling voor jullie het gunstigst is.